Welke maat kinderfiets past bij mijn kind?
Het eerlijke antwoord: kijk niet naar leeftijd, maar naar lengte. Twee kinderen van vijf kunnen makkelijk tien centimeter schelen, en die tien centimeter bepalen of een fiets lekker rijdt of juist wiebelig voelt. Hieronder vind je de maattabel die wij zelf ook gebruiken, plus drie meetstappen waarmee je er in een paar minuten uit bent.
De maattabel: lengte naar wielmaat
Zoek de lengte van je kind op in de linkerkolom. De leeftijd ernaast is een gemiddelde, bedoeld als hulpmiddel als je de lengte even niet paraat hebt.
| Lengte van je kind | Wielmaat | Leeftijd (gemiddeld) |
|---|---|---|
| 75–94 cm | Loopfiets | 1,5–4 jaar |
| 95–104 cm | 12 inch | 2–4 jaar |
| 105–119 cm | 14 of 16 inch | 4–6 jaar |
| 120–134 cm | 18 of 20 inch | 6–8 jaar |
| 135–149 cm | 22 of 24 inch | 8–12 jaar |
| 150 cm en langer | 26 inch | 10+ jaar |
Lange tiener of toe aan een mountainbike? Dan zijn er ook 27,5 inch en 29 inch modellen.
Waarom lengte belangrijker is dan leeftijd
Op een fiets die past, kan je kind met beide voorvoeten bij de grond terwijl het op het zadel zit. Dat geeft controle: zelf stoppen, zelf opstappen, zelf corrigeren. Op een te grote fiets lukt dat niet, en dan wordt fietsen spannend in plaats van leuk. Leeftijd zegt daar niets over; lengte wel. Daarom werken al onze maatpagina's met lengte als startpunt.
Zo meet je je kind (2 minuten)
- Lengte: zonder schoenen, tegen de muur, boek plat op het hoofd. Streepje zetten en meten.
- Binnenbeenlengte: ook zonder schoenen. Meet van de grond tot in het kruis, bijvoorbeeld met een boek recht tussen de benen. Deze maat bepaalt of je kind bij de grond kan.
- Vergelijk: zoek de lengte op in de tabel hierboven, of vul beide maten in bij onze maatgids. Die rekent het voor je uit en laat meteen de passende fietsen zien.
Liever niet: een maat te groot kopen
We snappen de gedachte: kinderen groeien hard, dus koop je een maat groter en doet de fiets langer mee. In de praktijk werkt het averechts. Een te grote fiets is zwaarder, stuurt onrustig en je kind komt niet goed bij de grond. Gevolg: minder plezier, minder zelfvertrouwen, en de fiets blijft vaker staan. Kies de maat die nú past; binnen elke maat zit bovendien groeiruimte, want zadel en stuur kunnen altijd een stuk omhoog.
Vuistregel: zit je kind op het zadel, dan horen beide voorvoeten de grond te raken. Lukt dat niet, dan is de fiets te groot.
Twijfel je tussen twee maten?
Valt je kind precies tussen twee maten in? Kijk dan naar de binnenbeenlengte en het karakter van je kind. Een voorzichtige rijder heeft meer aan de kleinere maat: meer controle, sneller zelfvertrouwen. Een lange, vlotte rijder die al goed fietst, kan de grotere maat meestal prima aan. En kom je er niet uit: doe de fietsvinder, die weegt leeftijd, lengte en gebruik in één keer mee.
Zo verder
Lengte gemeten? Dan ben je er bijna: bekijk de fietsen in jouw maat, check de maatgids voor een persoonlijk advies, of laat de fietsvinder het hele keuzewerk doen. En mocht de maat toch niet lekker zitten: je hebt altijd 30 dagen bedenktijd.
